/LAB Leefbaarheid: hoe vertaal je gevoel in data?

29 oktober 2021

Het DataFryslân-/LAB ‘De vele gezichten van woongenot’, waarvan de startsessie op 26 oktober werd gehouden, zoomde in op de vraag hoe data kunnen helpen de leefbaarheid in wijken in kaart te brengen. Een hot item voor /LAB-deelnemer Harm Booij, regisseur Data & Monitoring bij de Heerenveense woningbouwcorporatie Accolade: “Leefbaarheid is misschien wel het lastigste onderwerp voor woningbouwcorporaties.”

Voor een woningbouwcorporatie is het verkrijgen van inzicht in hoe bewoners de leefbaarheid van hun leefomgeving ervaren belangrijk. Maar ook lastig, weet Harm Booij (foto boven, midden): “Wat leefbaarheid is, is natuurlijk voor een groot deel gevoel. Je kunt geen aannames doen – daardoor is leefbaarheid voor woningcorporaties misschien wel het lastigste onderwerp. Als een straat verrommelt, dan moet dat wel iets zeggen over hoe die wijk wordt ervaren als plek om te wonen. De kennis van mijn collega’s die daarmee te maken hebben is gebaseerd op mensenkennis, intuïtie, ervaring, netwerk, enzovoort – en die is essentieel. Maar ik merk bij die collega’s heel duidelijk dat zij hun gevoel willen kunnen ondersteunen met cijfers, als in: ik zie en merk dat er in die-en-die wijk iets gebeurt, maar kan ik dat ook met cijfers onderbouwen? En kunnen we er dan wat aan doen?” Dus is de vraag: kunnen we op basis van verschillende databronnen relaties leggen waar we dat mee kunnen achterhalen?

Volgens Booij bevindt datagedreven werken bij woningbouwcorporaties zich nog in een pril stadium. “We hebben bij Accolade onze primaire datasystemen waarin alles zit: huurcontracten, financiële gegevens, facturering, vastgoedeigenschappen, vierkante meters, energielabel, enzovoort. Daar komen dashboards bij, applicaties die zijn gericht op het ondersteunen van de operationele activiteiten. De analysekant is razend interessant. Temeer omdat je merkt waar ruimte is om nog informatie uit andere systemen over te brengen. Dan ontdek je waar knelpunten zitten. Kijkend naar het thema leefbaarheid bijvoorbeeld zie je dat wij 12 typen leefbaarheid kennen. Maar de categorieën die we gebruiken zijn niet allemaal ten opzichte van elkaar onderscheidend – bijvoorbeeld ‘geluid’ en ‘geluid overig’: hoe kun je daar op sturen? Zulke vragen komen aan het licht als je echt wilt gaan sturen op data, en niet alleen bezig bent met registreren.”

Bovendien zijn er weliswaar veel data beschikbaar, maar die zijn niet altijd goed verdeeld over de benodigde bronnen. Booij: “We doen wel bewonersonderzoek, maar voornamelijk als mensen vertrekken. Dan vragen we ze naar het waarom van hun vertrek en peilen hun mening over hoe wij hebben gepresteerd. Maar echt onderzoek naar hoe de huurders kijken naar hun woonomgeving, dat doen we te weinig.” En ook in de samenwerking met andere wooncorporaties is samen data verzamelen en uitwisselen niet echt een thema, zegt Booij. “Wij werken regelmatig samen met collega-corporaties WoonFriesland en Elkien, maar dat is erg ad-hoc. Omdat je toevallig allemaal in een bepaald werkgebied bezittingen hebt en aan tafel wordt gevraagd, of zelf een bijeenkomst organiseert. Maar er is geen gestructureerde manier van samenwerken, data of simpelweg kennis delen, om erachter te komen hoe je data kunt gebruiken en wat daarbij het belangrijkst is. Dat wiel vinden we telkens onafhankelijk van elkaar opnieuw uit, en dat is zonde.”

“Ik heb bij dit Lab dan ook vooral de behoefte om te zien of er verbanden zijn te ontdekken als je verschillende databronnen bij elkaar brengt. Ik zou bijvoorbeeld graag willen weten welke relaties er te vinden zijn tussen mijn eigen leefbaarheidsmeldingen en die van de politie – om meer begrip te krijgen over hoe leefbaarheid eigenlijk werkt. Ik hoop dat dit Lab zulke nieuwe inzichten oplevert. Maar bovenal draait het voor mij om de mogelijkheid om met verschillende betrokken partijen te spreken en elkaar beter te leren begrijpen door het erover te hebben.”

Op basis van de drukbezochte startsessie op 26 oktober, waaraan vertegenwoordigers van gemeenten, woningbouwcorporaties, bewonersverenigingen en de zorg deelnamen, zijn de data scientists aan de slag gegaan met data waarmee zij focussen op een aantal aan leefbaarheid gerelateerde thema’s (in dit geval specifiek gericht op de stad Sneek), zoals verhuisbewegingen, de homogeniteit of heterogeniteit van wijken, voorzieningen en criminaliteit, overlast en veiligheid. In de eindpresentatie van het /LAB, op 11 november, delen ze hun bevindingen. Je kunt je hier aanmelden voor die sessie.

Zie ook

 

Een van onze data-events gemist?

Een van onze data-events gemist?

Het YouTubekanaal van DataFryslân is helemaal up-to-date gebracht. Dat biedt een mooie gelegenheid om je geheugen nog even op te frissen of om kennis te maken met de vele uiteenlopende data-events van het afgelopen jaar. Op het YouTubekanaal van DataFryslân zijn nu de...

Lees meer
/LAB: De vele gezichten van woongenot

/LAB: De vele gezichten van woongenot

Welke factoren bepalen de leefbaarheid in een wijk? En hoe destilleer je uit de overvloed aan data die daarmee te maken hebben de informatie die nodig is om op te kunnen sturen? ‘Leefbaarheid is de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door de...

Lees meer
/LAB Ouderenzorg: zorgprognoses door de wasstraat

/LAB Ouderenzorg: zorgprognoses door de wasstraat

Het /LAB ‘Hoe voorkom je dat de ouderenzorg veroudert?’ trapte op 7 september af met een ambitieus doel: het leggen van een fundament voor een volledig en betrouwbaar voorspelmodel dat op basis van de juiste data van alle betrokken partijen een helder beeld geeft van...

Lees meer
/LAB Arbeidsmarkt: geslaagde inventarisatie van prangende vragen

/LAB Arbeidsmarkt: geslaagde inventarisatie van prangende vragen

Met een laatste gezamenlijke sessie op 2 september is het /LAB ‘Morgen werkt het anders: de toekomst van de arbeidsmarkt’ afgesloten. Voorafgaand aan de eerste sessie op 6 juli zei projectleider Wouter Marchand over het doel van dit data-event: “We willen in dit /LAB...

Lees meer